Dag Herma

“Beste Henry, lieve Jet, beste vrienden en bekenden. Vandaag nemen we afscheid van Herma, jullie lieve vrouw, zus…”

De theeceremonie van Herma was altijd allesbehalve zen.
“Henry, mijn thee!”
“Henry, mijn thee is te heet.
“Henry, koekje!”
“Henry, mijn thee is koud. Ik wil nieuwe.”

De bel verloste hem. Voor even.
“Henry, heb je de bel niet gehoord! Er staat iemand voor de deur. Die moet ik toch ontvangen. Help me naar beneden.”
“Ja, schat. Ik kom al.”
“Als het Jet maar niet weer is, de trut.
Mijn sloffen, Henry. En mijn duster. Zit mijn haar nog goed? Help me dan toch.”
“Zal ik je steunen op de trap, schat?”
“Wát zeg je? Ben je nou helemaal gek? Wat als iemand dat ziet? Staat de rollator wel in de schuur? Je weet dat ik dat ding niet in huis wil.”
“Ja, schat.”
Stapje voor stapje, haar linkerbeen steeds weer voor zich uit slingerend, ging Herma omlaag.
“Nou, doe die deur maar open. Ik blijf niet eeuwig hier onderaan die trap staan.”
De deur kraakte open. Jet keek naar binnen. “Dag Herma, hoe gaat het?”
“Jezus Jet, wat moet jij nou alweer? Je bent hier bijna elke dag. En elke keer als ik mijn middagdutje wil gaan doen. Kan je me niet één dag met rust laten?”
“Hier zijn de boodschappen waarom je vroeg, Henry. Mét de koekjes die Herma zo lekker vindt.” Achter Henry’s rug gaf Jet hem het tasje in zijn hand. Kort streelde ze zijn vingers en hield zijn hand toen.

Stapje voor stapje, haar linkerbeen steeds weer omhoog slepend, ging Herma omhoog. “Rot op Jet. En Henry, zet die traproeden hierboven vast. Ze liggen weer los.”
Ze kneep even in zijn hand. Hij keek haar aan. Met een glimlach knipoogde ze naar hem. Haar kleine knikje omhoog was nauwelijks merkbaar.
Hij verstijfde. Keek diep in haar ogen…
Hij gaf een korte knik en rende met twee treden tegelijk naar boven. Bijna boven hield hij in.
“Kom schat, drink nog even thee met ons. We hebben verse koekjes.” Hij stapte verder naar boven, de voorlaatste trede overslaand.
“Pff, nee Henry. Ik ben die trap vandaag al een keer op en af geweest. Ik wil naar bed.”
“Maar zonder thee slaap je toch slecht, Herma. En dat woelen vind je zo vervelend. Kom nog even theedrinken.” Met zijn voet wurmde hij de laatste roede goed los en stapte door.
“En Jet? Die wil ik niet zien.”
“Die laat ik de keuken wel even doen, dan kan jij rustig je thee drinken. Als je straks lekker in je bedje ligt, slaap je zo in schat. Kom maar.”
In zichzelf mompelend liep Herma naar de trap.
Henry ging dicht achter haar staan.

“Aardig, invoelend, belangstellend. Zo was Herma, tot het laatst toe. Ondanks haar zwakke toestand, was ze altijd bereid bezoekers persoonlijk en hartelijk te ontvangen. Maar alleen in huis, werd een ongeluk haar noodlottig. Onverwacht heeft De Heer haar tot zich geroepen en begeleiden wij haar nu naar haar laatste rustplaats.”

Elke derde dinsdag van de maand komen we met vijf mensen bijeen om de uitwerkingen van een schrijfopdracht te bespreken. De opdracht voor maart 2019 was:
“Als stenen konden spreken…”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s