Parallel

Onze paden
verstrengelen zich

Jij met mij
Ik met jou

Met elkaar
leren
van elkaar

Parallel
aan toen

Zij met mij
Ik met haar

Geschiedenis
opnieuw gemaakt

Foto van fancycrave1 via Pixabay

Dag Herma

“Beste Henry, lieve Jet, beste vrienden en bekenden. Vandaag nemen we afscheid van Herma, jullie lieve vrouw, zus…”

De theeceremonie van Herma was altijd allesbehalve zen.
“Henry, mijn thee!”
“Henry, mijn thee is te heet.
“Henry, koekje!”
“Henry, mijn thee is koud. Ik wil nieuwe.”

De bel verloste hem. Voor even.
“Henry, heb je de bel niet gehoord! Er staat iemand voor de deur. Die moet ik toch ontvangen. Help me naar beneden.”
“Ja, schat. Ik kom al.”
“Als het Jet maar niet weer is, de trut.
Mijn sloffen, Henry. En mijn duster. Zit mijn haar nog goed? Help me dan toch.”
“Zal ik je steunen op de trap, schat?”
“Wát zeg je? Ben je nou helemaal gek? Wat als iemand dat ziet? Staat de rollator wel in de schuur? Je weet dat ik dat ding niet in huis wil.”
“Ja, schat.”
Stapje voor stapje, haar linkerbeen steeds weer voor zich uit slingerend, ging Herma omlaag.
“Nou, doe die deur maar open. Ik blijf niet eeuwig hier onderaan die trap staan.”
De deur kraakte open. Jet keek naar binnen. “Dag Herma, hoe gaat het?”
“Jezus Jet, wat moet jij nou alweer? Je bent hier bijna elke dag. En elke keer als ik mijn middagdutje wil gaan doen. Kan je me niet één dag met rust laten?”
“Hier zijn de boodschappen waarom je vroeg, Henry. Mét de koekjes die Herma zo lekker vindt.” Achter Henry’s rug gaf Jet hem het tasje in zijn hand. Kort streelde ze zijn vingers en hield zijn hand toen.

Stapje voor stapje, haar linkerbeen steeds weer omhoog slepend, ging Herma omhoog. “Rot op Jet. En Henry, zet die traproeden hierboven vast. Ze liggen weer los.”
Ze kneep even in zijn hand. Hij keek haar aan. Met een glimlach knipoogde ze naar hem. Haar kleine knikje omhoog was nauwelijks merkbaar.
Hij verstijfde. Keek diep in haar ogen…
Hij gaf een korte knik en rende met twee treden tegelijk naar boven. Bijna boven hield hij in.
“Kom schat, drink nog even thee met ons. We hebben verse koekjes.” Hij stapte verder naar boven, de voorlaatste trede overslaand.
“Pff, nee Henry. Ik ben die trap vandaag al een keer op en af geweest. Ik wil naar bed.”
“Maar zonder thee slaap je toch slecht, Herma. En dat woelen vind je zo vervelend. Kom nog even theedrinken.” Met zijn voet wurmde hij de laatste roede goed los en stapte door.
“En Jet? Die wil ik niet zien.”
“Die laat ik de keuken wel even doen, dan kan jij rustig je thee drinken. Als je straks lekker in je bedje ligt, slaap je zo in schat. Kom maar.”
In zichzelf mompelend liep Herma naar de trap.
Henry ging dicht achter haar staan.

“Aardig, invoelend, belangstellend. Zo was Herma, tot het laatst toe. Ondanks haar zwakke toestand, was ze altijd bereid bezoekers persoonlijk en hartelijk te ontvangen. Maar alleen in huis, werd een ongeluk haar noodlottig. Onverwacht heeft De Heer haar tot zich geroepen en begeleiden wij haar nu naar haar laatste rustplaats.”

Elke derde dinsdag van de maand komen we met vijf mensen bijeen om de uitwerkingen van een schrijfopdracht te bespreken. De opdracht voor maart 2019 was:
“Als stenen konden spreken…”

Vertel me

Verwelkom me met een kopje thee
Vraag me zacht naar mijn dag
Voel mijn stilte
en vertel me dat het goed is

Hou mij vast, geef mij ruimte
en leg mijn hoofd in je schoot
Zie mijn ooghoeken vollopen
en vertel me dat het mag

Streel mijn arm
Fluister lieve woordjes
Verdrijf mijn monster
en vertel me dat het OK is

Foto door Priscilla Du Preez via Unsplash

Koers

De zee op
De nieuwe koers?
Anders,
maar de zelfde richting

Achter het water
Nieuwe passen
in gelijk gestemde armen
Op het oude parket

En ook nu weer
Ja, maar nee!
Niet meer
dan een rustpunt

Zoeken
naar een koers
voor een gezamelijk doel
zonder zicht op een haven

Verlangend
naar armen
die meer bieden
dan een rustpunt

Foto door Hans via Pixabay