Schijnen

image-4407345

De optrekkende kou verdrijf ik met een flinke mok thee, een dekentje en een kussentje voor mijn billen. Nadat Loes en Jan, die van nummer 6, hun lichtjes hadden aangedaan, ben ik buiten op ons tuinmuurtje gaan zitten.
Het pleintje voor onze huizen is leeg. We hebben er allemaal een goed uitzicht over. Iedereen vond mijn idee de auto’s een avondje ergens anders te parkeren grandioos.

Vanaf de hoek komt een eerste groepje opgeschoten jeugd zingend ons plein op. Hun grote tassen zijn nog leeg, alle zaklampen nog vol en de keeltjes nog gesmeerd. Ze bellen aan bij Ans en Piet en zetten een keel op. “Rood, rood vogeltje, met je rooie jasje aan…”
Om mij heen gaan in de ramen al wat meer lichtjes aan. Kaarsjes, kerstverlichting. Alles wit, zoals ik heb gevraagd. Niet van dat bonte gedoe. Dat kan volgend jaar weer.

Ik zwaai naar Jaap, de overbuurman die bij Liander werkt. Zal hij zijn belofte aan mij kunnen inlossen?
De kring van tuinfakkels in de zandbak wordt nu ook aangestoken. Overal branden nu lichtjes. Behalve bij haar natuurlijk. Alhoewel, haar gordijnen zijn open. En kijk, daar beweegt een klein lichtje, een kaars. Ze ziet me kijken. Knikt even naar me. Ik schud mijn handen in elkaar gevouwen voor me om haar te bedanken. In het licht van haar kaars zie ik haar glimlachen en ze zwaait even terug. Morgen toch even bij haar aanbellen, denk ik bij mezelf.

Mijn eerste zangeres is een kleine meid met haar moeder. Met haar lampion bijna op de grond en haar ogen op haar schoenen gericht, zingt ze binnensmonds haar liedje. “Sinte Maarten MikMak, mijn moeder is een dikzak…”
“Dat heb je mooi gezongen,” zeg ik haar als ze klaar is. “Kom maar wat halen,” en ik tover een grote schaal snoepgoed achter mijn muurtje vandaan.

Kijk, Jaap telefoneert. Zal het lukken? Het groepje jeugd dat geduldig wachtte tot de kleine meid klaar was, staat nu voor mijn neus. Brutaal zingen ze hun liedje. “… hier woont een gierigaard, die niets geven gaat…”
Ik lach met ze mee, wijs ze op mijn man en zeg: “De gierigaard staat in de deur. Daar kunnen jullie wat halen.”

Jaap zwaait en knikt ondertussen naar me. Eén gebaart hij. Dank je wel Jaap, denk ik.
Een minuutje later gaan de straatlantaarns uit. Het valt even stil op het plein. Maar al snel kijken de mensen hun ogen uit. De lichtjes komen in het donker nóg mooier uit.
“Oh, wat mooi! Al die lichtjes. En kijk de sterren. Zie je hoe ze fonkelen?”
“Ja, he. Wat zijn het er veel. Prachtig.”
Onze deur valt dicht en ik voel de warmte van mijn man in mijn rug. Ik pink een traan weg als ik even naar boven kijk. Lieverd, ik mag vanavond niet met je lopen. Schijn jij je lichtje op ons?

Elke derde dinsdag van de maand komen we met zes mensen bijeen om de uitwerkingen van een schrijfopdracht te bespreken. De opdracht voor november 2016: schrijf een stukje over de viering van Sint Maarten, 11 november, vanuit het gezichtspunt van een derde (familielid, buurtgenoot, oid)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s