Moment

verveeld doodslaand
wachtend op de oever
tasinhoud controlerend
broodje wegdrukkend
aan een sigaret hangend
schoen schoon kijkend

jachtend inhalend
wachtend voor rood
nerveus grommend
stoïcijns starend
gehaast scherend
pulkjes gravend

onder een hemel overweldigend gekleurd
in grijsachtig roze
een meesje dat een liefdeslied zingt

de enkeling slechts die zich tijd laat
dit moment van schoonheid
toe te laten

Misselijk

“Martin, heb je even voor me?”
“Zeg Ellie, waar was je eigenlijk vanmorgen?” onderbreekt Martin haar.
Ze kijkt naar haar man, glimlacht even moedeloos en beantwoordt zijn vraag met een zucht, “Hoezo?”
“Nou ik had je even nodig, maar je ging niet aan je telefoon. En toen ik even later thuis was, was je er niet.”
“Waarom was je thuis dan? Moest je niet werken?”
“Jawel, maar de papieren waaraan ik gisteravond nog tot laat heb gewerkt, kon ik maar niet in mijn tas vinden. Ik had ze echter dringend nodig. Daarom wilde ik vragen of je ze kon brengen. Je hebt toch niets beters te doen. Toen je niet antwoordde, ben ik ze gaan halen. Had ik mooi een goede gelegenheid om die leuke vriendin van je, hoe heet ze ook alweer? O ja, Loes. Loes de stoeipoes. Om die weer eens te zien.”
“En, gevonden?” vraagt Ellie met een iets luidere stem dan ze eigenlijk wilde.
“Jawel, jawel,” zegt Martin ongeduldig, “maar hoe zit dat nou met jou? Waar waren jullie vanmorgen? Loes zou toch op de koffie komen, om even bij te kletsen? Ik vind het zo jammer dat ik haar niet heb gezien.”
“We hèbben ook koffie gedronken. Loes is vanmiddag geweest.”
“Oh, daarom. Wel jammer. Maar weet je wat ík vanmiddag had? Je kent Karin toch? Je weet wel, die rooie van de administratie. Die kwam aan mijn bureau …”
Ellie perst haar lippen op elkaar en kijkt even naar haar man zonder te luisteren naar wat hij allemaal zegt. “Martin, laat je werk nu even voor wat het is en luister eens naar mij.”
“Huh, ja, oké …”
“Je weet toch dat ik me al een tijdje steeds weer misselijk voel.”
“Ja, en?”
“Ik had er een beetje vreemd gevoel bij. Vanmorgen heb ik de afspraak met Loes verschoven en ben ik eerst maar eens langs de huisarts geweest.”
“Ja, je moest af en toe overgeven. Dat weet ik wel. Maar daarvoor hoef je toch niet meteen langs de huisarts. Moet je maar niet zoveel zuipen.”
“Nee, nee, dat is het niet. Het is meer dan zomaar een misselijke gevoel en daar wilde ik het met haar over hebben.”
“En wat heeft ze gevonden? Vast een of andere allergie. Dat heeft iedereen tegenwoordig.”
Ze laat haar schouders hangen en kijkt van hem weg. Een traan loopt over haar wang. “Nee, dat is het niet. Het is een griepje en ze zei dat ik de strip van de pil beter had kunnen afmaken.”